TTP_BMC_nl

Over knorrende magen en dikke brij

Een hele dag fietstraining vreet aan je en kost enorm veel energie. Kilometers bergop en bergaf. Daarna is lekker fruit precies de opkikker die je nodig hebt. Tenminste dat dacht Amael Moinard, topwielrenner van het BCM Racing Team. Omdat het een beetje lastig is om op de fiets een appel te eten, gooide hij zijn complete fruitvoorraad in de mixer. Met zijn zelfgemaakte fruitpuree voelde hij zich helemaal klaar voor de grote uitdaging. Zo gezegd, zo gedaan. Maar er was één probleem: “De fruitbrij was zo dik dat ik hem niet uit de bidon kon drinken. Dus moest de deksel eraf, maar daardoor was het bijna onmogelijk om het goedje tijdens het fietsen naar binnen te slurpen. Uiteindelijk zaten mijn hele handen onder de puree en ook mijn stuur plakte aan alle kanten.” Gelukkig wist Amael toch nog een beetje van het spul in zijn maag te krijgen. 

Daarvoor had zijn ploeggenoot Manuel Quinziato ooit tijdens een training een moord gedaan. In zijn eerste jaar als profwielrenner begon hij begin januari een keer vol overgave aan een trainingsrit bij 2 graden onder nul. “Na ongeveer 40 minuten kwam ik volledig uitgehongerd aan op een verlaten en bevroren weg. Maar ik moest natuurlijk ook weer terug naar huis zien te komen. De training veranderde al snel in een gevecht op leven en dood. Als ik zou zijn gestopt, hadden ze mijn lichaam waarschijnlijk pas in maart gevonden.” Sindsdien gaat de Italiaanse wielrenner nooit meer van huis zonder reservebanden en een gel voor noodgevallen. 

Om dit soort situaties te voorkomen, zorgt zijn landgenoot Manuel Senni ervoor dat hij altijd sportvoeding bij zich heeft. Voor een rit van zes uur nam hij vier PowerBar-repen en twee PowerBar-gels mee. “Maar dit keer had ik tijdens de training zo'n honger, dat ik alles al na het eerste deel had weggewerkt. Bij de laatste klim was mijn maag helemaal leeg, maar toen was alles op. Ik werd volledig door honger overmand en kwam daardoor maar met pijn en moeite vooruit. Toen ik eindelijk boven was, moest ik eerst even op een bank gaan zitten om bij te komen. De terugweg was een echte marteling. Sindsdien kijk ik goed welke voeding ik mee moet nemen.

Manuel kon trouwens nog blij zijn dat dit tijdens een training gebeurde en niet tijdens een wedstrijd, zoals bij Loic Vliegen, die zich in 2014 waanzinnig verheugde op de La Fléche Ardennaise. De finish lag maar één kilometer bij zijn huis vandaan. “Het was een echte thuiswedstrijd en ik was zo opgewonden dat ik absoluut wilde winnen. De rit was heftig, maar alles liep op rolletjes. Mijn ploeggenoot Stefan Kung en ik gingen 40 kilometer voor de finish aan kop en hadden de overwinning binnen handbereik. Mijn benen leverden die dag ongekende prestaties. Maar bij de 20-kilometeraanduiding voelde ik de energie plotseling uit me wegvloeien en bedacht ik me ineens dat ik nog helemaal niets had gegeten en gedronken. Dat was ik door de opwinding compleet vergeten. Ik was helemaal leeg. De twee PowerBar-gels die mijn ploegleider me nog toestopte, kwamen te laat. 

Ik had geen kracht meer in mijn benen en was niet meer in staat om kopwerk te verrichten. Gelukkig hadden we een voorsprong van ca. 1’30 minuten, waardoor Stefan het tempo een beetje kon verlagen. Hij wilde op me wachten, omdat hij wist dat ik deze wedstrijd wilde winnen. Vijf kilometer voor de finish werd het me zwart voor de ogen. Stefan wou nog steeds wachten, maar ik moest hem laten ontsnappen. Op de een of andere manier kon ik me nog over de finish slepen en ben ik zelfs tweede geworden, maar mijn achtervolgers zaten direct in mijn wiel. Achter de finish was ik net een zombie. Als mijn vader me niet had opgevangen, was ik gewoon omgekiept. Ik heb meteen vijf PowerBars naar binnen gewerkt. Een half uur later zweefde ik als het ware het podium op waar ik door mijn fans werd toegejuicht. Dat maakte alles weer goed, maar ik zal nooit meer vergeten om bij een wedstrijd aan de juiste voeding te denken.